Loading images...

Epilepsie bij de hond

Epilepsie is voor u als eigenaar vrijwel altijd een schokkende ervaring. Vaak roept het optreden van de epileptiforme aanvallen veel vragen op. Hoe komt dat nu? Wat is er aan te doen? Is het pijnlijk? Kan mijn huisdier agressief worden? Hoe oud kan ie nu nog worden? We zullen u proberen kort en bondig het een en ander over epilepsie uit te leggen.

Epilepsie kan op alle leeftijden gezien worden; in het algemeen treedt de gangbare vorm ofwel de primaire epilepsie op tussen een leeftijd van 6 maanden en 5 jaar. Het komt bij alle hondensoorten voor en geschat wordt dat 0.5 % van de honden aan epilepsie lijdt. Rassen waar het vaker dan gemiddeld voorkomt zijn Duitse herders, golden en labrador retriever, Drentse patrijs, Groendaeler, St. Bernard en de Engelse springer spaniel. Opvallend is dat het bij katten uitermate zelden wordt gezien.

Wat is nu epilepsie? Epilepsie is het bij herhaling optreden van toevallen oftewel epileptiforme aanvallen. Deze aanval, die meestal enkele minuten duurt, is een periode van abnormaal gedrag die (afhankelijk van de soort epilepsie) je herkent aan een aantal typische kenmerken. De patiënt ligt op haar/zijn zij en er treedt bewusteloosheid op. De ledematen strekken zich en het hoofd wordt naar achter gehouden. Dan ontstaan er ‘fietsbewegingen’ van de poten en ‘klappertanden’ met de kaken en speekselen. Vaak gaan honden urineren en ontlasten. Dit alles wordt een klassieke aanval genoemd. Na deze aanval is de hond meestal compleet hersteld, maar kan nog dagen sloom zijn of onrustig. Ook kan de patiënt na de aanval wat ronddwalen, of blind of dement lijken (happende bewegingen maken of onzindelijk gedrag vertonen). Niet in alle gevallen ziet men bovengenoemde klassieke kenmerken. Soms vindt alleen de bewusteloosheid plaats of alleen krampjes van de poten. Epilepsie is overigens pijnloos. Uiteraard kunnen ze zich wel bezeren tijdens de aanval aan de omgeving.

De periode tussen twee aanvallen kan per patiënt enorm verschillen. Tussenliggende periode van maanden kan, maar 3 tot 4 x per week kan ook voorkomen.

De aanvallen treden bijna altijd op in de vertrouwde omgeving van de hond. Meestal als er rust heerst. Een enkele keer treedt het juist op bij emotionele momenten, zoals bezoek, vuurwerk of eten geven. Bij teven zien we het heel soms tijdens de loopsheid.

Wat moet u doen? Bij een normale aanval doet u niets. U zorgt alleen dat de hond zich niet kan bezeren aan de dingen rondom de hond (tafel, betonnen vloer). De term ‘status epilepticus’ gebruiken we om aan te geven als een hond een cluster krijgt van aanval op aanval en er niet meer uit lijkt te komen. Als dit langer duurt dan 5 minuten dient u valium te geven, rectaal met een klysma, verkrijgbaar bij onze apotheek. Zorg dat u die dus in huis hebt!

Wat doen we eraan? Epilepsie is een aandoening die helaas niet te genezen is, maar door middel van medicijnen kunnen we het leven voor uw hond wel een stuk aangenamer maken. Om te beginnen bepalen we de gemiddelde tijd tussen twee aanvallen. Als deze periode korter is dan drie maanden is het zinvol te gaan behandelen. De medicatie heeft als doel de tussentijd te verlengen, zodat het aantal aanvallen acceptabel is. Het helemaal voorkomen van aanvallen is helaas niet mogelijk. De medicatie heeft echter ook bijwerkingen; zo kan de hond sloom worden of vraatzucht krijgen. Het is daarom zaak om de juiste balans te vinden tussen het aantal aanvallen en de bijwerkingen. Op deze manier wordt het leven met epilepsie een stuk aangenamer voor zowel de hond als de baas.

Voordat we kunnen starten met de behandeling, moeten we eerst zeker weten dat er sprake is van primaire epilepsie. Er zijn namelijk een aantal aandoeningen, waarbij epileptische aanvallen kunnen optreden. In dat geval spreken we van secundaire epilepsie en zullen we ons moeten richten op de oorzaak. Pas als we alle andere oorzaken hebben uitgesloten, mogen we uitgaan van primaire epilepsie. Mogelijke oorzaken kunnen zich onder andere bevinden in de hersenen; denk hierbij aan ontsteking of een tumor. Ook buiten de hersenen komen aandoeningen voor waarbij aanvallen kunnen optreden. Zo kan de hond een lever- of nierfalen hebben, maar ook een verstoring in de suikerhuishouding of een vergiftiging kan aanleiding zijn.

Om onderscheid te maken tussen primaire en secundaire epilepsie wordt eerst een uitgebreid lichamelijk en neurologisch onderzoek gedaan. Een bloedonderzoek geeft ons daarnaast nog veel informatie over het functioneren van de orgaansystemen. Al deze informatie samen geven ons aanwijzingen of er een aantoonbare oorzaak is voor de aanvallen. Als de oorzaak in de hersenen ligt zullen we dit moeten aantonen met behulp van een CT-scan of MRI. Door een gerichte behandeling in te stellen, wordt de oorzaak weggenomen en zullen de aanvallen afnemen of zelfs verdwijnen. Als er geen oorzaak gevonden wordt, kunnen we de behandeling voor primaire epilepsie starten. Kortom, na goed onderzoek en met de juiste behandeling kan ook een hond met epilepsie een goed hondenleven hebben!