Loading images...

Erfelijke aandoeningen/genetica

Op het gebied van erfelijke aandoeningen bij honden en katten worden de laatste jaren steeds meer diagnostische mogelijkheden aangeboden. Men kan hierbij denken aan bloedtesten, echografisch onderzoek, röntgenfoto’s en MRI.

Om de verschillende rassen zo gezond mogelijk te houden maar bijvoorbeeld ook om de kleuren van een komend nest in te kunnen schatten of om zeker te weten dat bepaalde ouderdieren ook daadwerkelijk de ouders zijn kan men gebruik maken van al deze testmogelijkheden.

Het is moeilijk en misschien zelfs onmogelijk om precies voor elk ras te beschrijven welke aandoeningen een rol spelen en welke testen beschikbaar zijn. Op dit gebied is nog steeds veel onderzoek gaande. We kunnen u echter wel vertellen wat er allemaal mogelijk is in onze dierenkliniek aangaande dit onderwerp.

Bloedtesten

Bij erfelijke aandoeningen hebben we te maken met overdracht via genen. Elk dier krijgt een setje genen van zowel de vader als de moeder. Deze combinatie van genen bepaalt hoe een dier eruit gaat zien en welke kwaliteiten en gevoeligheden een dier bezit. Veel erfelijk overdraagbare ziekten komen voort uit een foutje in één enkel type gen. Zodra we weten welk gen dit is dan kunnen we middels bloedonderzoek bekijken of een dier drager is (slechts 1 kopie van het gen), lijder is (twee kopieën van het gen) of vrij.

Voor vele aandoeningen/kenmerken zijn inmiddels genen geïdentificeerd en dus bloedtesten beschikbaar. Bekende voorbeelden zijn erfelijke staar, primaire lens luxatie (oogaandoening) en Von Willebrand disease (stollingsprobleem).

Niet alleen erfelijke ziekten worden op deze manier onderzocht. Het is voor bepaalde rassen ook mogelijk om te bepalen welke vachtvarianten ouderdieren met zich meedragen. Dit zorgt ervoor dat een fokker beter kan voorspellen welke kleur/vachtlengte de pups kunnen krijgen.

Ook zogenoemd afstammingsonderzoek wordt steeds meer aangevraagd. In België is het zelfs verplicht om een genetisch profiel van de ouderdieren op te laten stellen.

De uitvoering van deze testen is relatief eenvoudig. We nemen een paar ml bloed af en sturen dit op naar een extern laboratorium. De uitslag kan dan één tot enkele weken duren.

Echografisch onderzoek

Er zijn ook aandoeningen waarbij we (nog) geen verantwoordelijk gen hebben gevonden ofwel waarbij een combinatie van genen een rol speelt. Bloedafname is dan uiteraard geen optie. Wat we soms wel kunnen doen is bekijken of een dier een bepaald ziektebeeld bij zich draagt en/of aan het ontwikkelen is.

Aandoeningen die hiervoor in aanmerking komen zijn hartproblemen (bijvoorbeeld de verdikte hartspier problematiek bij de kat of aorta vernauwing bij de hond) en nierproblemen PKD (cysten op de nieren bij de kat, welke overigens ook al met een bloedtest opgespoord kan worden). Doordat dit vaak aandoeningen zijn met een dynamisch karakter, is het belangrijk in acht te nemen dat dit onderzoek een momentopname betreft. Beelden van het ene moment bieden soms geen garanties voor de toekomst.

Echografisch onderzoek kan meestal uitgevoerd worden zonder roesje. Wel is het in vrijwel alle gevallen nodig om een stukje van de vacht te scheren. U kunt gedurende het gehele onderzoek bij uw dier blijven en meekijken terwijl de echo gemaakt wordt. Na afloop van het onderzoek zal de dierenarts de uitslag met u bespreken.

MRI

Er kan tegenwoordig ook een MRI gemaakt worden bij dieren. Met name bij de cavaliers gebeurt dit regelmatig naar onderzoek voor syringomelia bij dit ras. Voor een MRI moeten we u doorverwijzen.