Loading images...

FIP bij de kat

Verspreiding en voorkomen

FIP is de afkorting van feline infectious peritonitis en betekent zoveel als besmettelijke buikvliesontsteking van de kat. FIP is een over heel de wereld veel voorkomende coronavirusinfectie, welke veroorzaakt wordt door het FIP coronavirus. Deze infectie kan dodelijk verlopen. Coronavirussen zijn virussen die in de darmen van gezonde katten veel voorkomen, zonder daar echt grote problemen te veroorzaken. De meeste katten vertonen helemaal geen klinische (uiterlijke) symptomen, anderen krijgen alleen wat diarree.

Volgens de meest recente opvattingen ontstaan er pas problemen als zo’n “gewoon” coronavirus bij een individuele kat een andere vorm gaat aannemen, de darm verlaat en een algemene infectie gaat veroorzaken. Het vaak gemuteerde “gewone” coronavirus gaat zich dan ineens gedragen als ziekteverwekkend FIP virus. Het SARS virus bij de mens is ook een corona virus en veroorzaakt na een mutatie plotseling een geheel nieuwe ziekte. Gelukkig zijn coronavirussen van de kat normaliter niet besmettelijk voor de mens of omgekeerd.

De reden waarom het kennelijk schijnbaar onschuldig coronavirus ineens toch problemen bij een kat kan geven is deels nog onbekend. Oorzaken kunnen zijn: een daling van het afweersysteem van de kat in combinatie met een verandering in de eigenschappen van het coronavirus. Factoren die daar een rol in kunnen spelen zijn onder meer stress en een slechte algemene conditie. FIP komt dan ook meer voor bij buiten- dan bij binnenkatten, en meer bij gezinnen met meerdere katten dan bij 1-kat-huishoudens.

Symptomen

FIP begint vaak met wisselende koorts (lichaamstemperatuur tussen 39 en 40 °C), loomheid en vermageren. Er zijn twee vormen waarin FIP zich kan manifesteren, namelijk de ‘natte’ en de ‘droge’ vorm.

Natte FIP

Bij de zogenaamde ‘natte vorm’ (75% van de gevallen) is de buikholte van zieke dieren gevuld met een karakteristieke gele, heldere, dradentrekkende vloeistof. Dit vocht kan ook aanwezig zijn in de borstholte en kan benauwdheid veroorzaken. Bij de natte FIP-vorm in de buikholte ziet men meestal een dier dat sterk vermagert maar desondanks toch een opgezette, peervormige hangbuik heeft. De natte vorm ontwikkelt zich als het virus vooral een ontstekingsreactie veroorzaakt in de vaatwanden in het buikvlies.

FIP vocht plakt aan de vingers en bij het uit elkaar spreiden breekt de druppel niet maar vormt een lange slijmdraad/sliert.

Droge FIP

De droge vorm van FIP verloopt trager dan de natte, gaat niet gepaard met vochtproductie, en is dan ook veel moeilijker te onderkennen. Verschillende organen kunnen worden aangetast, en de vaak vage symptomen kunnen dan ook sterk lijken op andere aandoeningen, zoals lever- en nierproblemen, neurologische verschijnselen (verlammingen en slap/wankel lopen) of oogaandoeningen. Bij sectie vindt men in deze organen vaak typische ontstekingshaardjes terug in de weefsels (buikvlies, nieren en hersenen).

Beide vormen gaan tevens gepaard met klachten van algemeen ziek zijn; slechte eetlust, vermageren en koorts zijn verschijnselen die bij deze maar ook bij vele andere ziektes kunnen passen. Geelzucht, bloedarmoede en een dikke buik zijn sterke aanwijzingen voor de aanwezigheid van FIP, maar niet bewijzend. Klinische (met ziekteverschijnselen gepaard gaande) FIP komt meestal voor bij jonge katten tussen 6 maanden en 2 jaar maar kan ook op oudere leeftijd voorkomen. Als de kat eenmaal ziek, is verloopt FIP altijd dodelijk.

Diagnose

Zoals uit het beeld van vage symptomen al blijkt, is het stellen van een definitieve diagnose voor FIP een erg lastige taak. Bij FIP komt daar nog de moeilijkheid bij dat er in het laboratorium tot nu toe geen onderscheid te maken is tussen het (relatief onschuldige) coronavirus en het FIP virus. De zogenaamde FIP test, waarbij men antistoffen tegen dit virus tracht op te sporen, is dus van generlei waarde, omdat je nooit weet of deze antistoffen gericht zijn tegen het gewone Corona- of het FIP corona-virus. Positieve dieren zijn besmet met een coronavirus maar hoeven helemaal geen FIP-virus te hebben (gehad). In huishoudens waar meerdere katten in leven of katten die veel buiten komen heeft 80% van de katten ouder dan 3 jaar antistoffen (een titer) tegen dit virus. Dit zegt alleen maar iets over het feit dat het coronavirus veel voorkomt maar gelukkig relatief zelden katten ziek maakt. Als de kat eenmaal besmet is geraakt met een “niet ziekmakend” coronavirus bouwt het dier weerstand op en is daarna vaak beschermd tegen infectie met meer ziekteverwekkende varianten van dit virus. Helaas is geen enkele FIP test in staat onderscheid te maken tegen onschuldige en gevaarlijke varianten van het virus.

Het buikvocht dat, bij de natte vorm, door punctie (aanprikken met en naaldje) verkregen kan worden heeft een karakteristiek aspect dat erg suggestief is voor FIP. Het is namelijk vaak geel en erg “stroperig” (visceus). Dit vocht lijkt erg op motorolie en trekt lange draden als je het laat druppelen. De aanwezigheid van dit vocht is vrijwel bewijzend voor natte FIP.

Bij droge FIP kan door middel van laboratoriumonderzoek op het buikvocht of extra bloedonderzoeken het vermoeden van de aanwezigheid van droge FIP versterkt worden. Zo is de kombinatie van verhoogde leverenzymen, bloedarmoede, geelzucht en een sterk verhoogd gehalte aan gammaglobulinen en totaal eiwit erg suggestief voor FIP. Spijtig genoeg is echter geen van alle diagnosemogelijkheden voor 100% betrouwbaar, en wordt de definitieve diagnose van droge FIP uiteindelijk meestal pas bij sectie en weefselonderzoek (histologie) gesteld.

Behandeling

Een genezende behandeling is helaas nog steeds niet voorhanden. Op het moment dat het leven voor een FIP kat onaangenaam wordt, wordt meestal overgegaan tot euthanasie. De besmettelijkheid naar andere katten toe is groot, maar aangezien de meeste oudere katten al eens door een niet ziekmakend Coronavirus zijn besmet en hiertegen afweerstoffen hebben opgebouwd is de rechtstreekse besmettelijkheid naar andere katten toe in de praktijk meestal beperkt. Bij uitbraak in een cattery wordt afhankelijk van de omstandigheden en de stam meestal tussen de 5-10 van de katten ziek. Ook als alle katten met het virus in aanraken komen.

Katten met een hoge titer en die niet ziek zijn worden dat in de regel ook niet. Het betreft hier meestal dieren die een normale afweerreactie vertonen op een onschuldige coronavirusvariant. Dieren die wel ziek zijn sterven vaak binnen 1-4 weken.

Preventie

Men kan men proberen zoveel mogelijk besmetting met Coronavirussen te vermijden. Aangezien de overdracht hiervan vermoedelijk vooral gebeurt via de ontlasting, wordt aangeraden zoveel mogelijk de kattenbakken te verschonen en te ontsmetten. Coronavirussen zijn gevoelig voor de gangbare ontsmettingsmiddelen.