Loading images...

Nierfalen

Inleiding: de nieren en hun functie

nierfalenDe nieren zijn twee boonvormige organen met erg belangrijke functies. Wanneer de werking van de nieren sterk verminderd is (men spreekt dan over “nierfalen), heeft dit ernstige gevolgen.

Als eerste zijn de nieren belangrijk als ontgiftings- en uitscheidingsorgaan. Wanneer via de spijsvertering eiwitten door het lichaam worden afgebroken in voor ons lichaam bruikbare bouwstenen wordt er ureum en creatinine gevormd. Onder normale omstandigheden worden deze gifstoffen door de nieren uit het bloed gefilterd en via de urine uit het lichaam verwijderd. Wanneer de nieren niet goed meer werken blijven deze stoffen in het lichaam aanwezig. De patiënt gaat zichzelf hierdoor als het ware “vergiftigen”. Hierdoor wordt hij/zij misselijk, krijgt een verminderde eetlust en begint eventueel zelfs te braken.

Bovendien kan het ureum ook de slijmvliezen aantasten: zo kunnen er zweren ontstaan in de mond, maar ook irritatie van het maag- of darmslijmvlies.

In de hersenen kan ureum leiden tot coördinatiestoornissen (een beetje een versufte, verdwaasde indruk). Daarnaast kan deze stof het thermoregulatiesysteem in de hersenen zodanig verstoren dat de patiënt zijn/haar lichaamstemperatuur niet meer op peil kan houden en uiteindelijk onderkoeld kan geraken.

Wanneer de filterende functie van de nieren verstoord geraakt, blijven er niet alleen giftige stoffen achter in het lichaam; er gaan ook belangrijke stoffen verloren, bv. eiwitten. Om toch voldoende eiwitten te kunnen gebruiken ondanks dit toegenomen verlies, gaat het lichaam de spieren afbreken om zo nieuwe eiwitten te genereren. Patiënten met nierfalen zullen na verloop van tijd dan ook erg mager worden.

Een tweede functie van de nieren is het produceren van het hormoon Erythropoëtine: Erythropoëtine (in de wielrennerswereld beter bekend als “EPO”) is een hormoon wat nodig is voor de aanmaak van rode bloedcellen. Bij nierfalen wordt er onvoldoende EPO aangemaakt waardoor er te weinig rode bloedcellen worden aangemaakt. Uiteindelijk kan dit leiden tot bloedarmoede, waardoor de dieren bleke slijmvliezen krijgen. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de ogen, de lippen en eventueel de tong.

Als derde regelen de nieren de water- en mineralenhuishouding. Dit is belangrijk voor het op peil houden van de bloeddruk en het reguleren van de elektrolytenbalans. Doordat de nieren de urine niet meer kunnen concentreren verliest het dier meer vocht dan normaal. Hierdoor gaat het meer plassen en-als gevolg daarvan- ook meer drinken. De meeste eigenaars komen dan ook met de klacht dat hun huisdier meer drinkt en in huis plast. Dit kan voor de dierenarts al een aanwijzing zijn dat er eventueel iets aan de hand is met de nierfunctie.

Nierfalen

Nierfalen kan zowel acuut als chronisch zijn. Chronische nierfalen treedt geleidelijk op. De nieren gaan steeds minder goed werken tot er minder dan een derde nog werkzaam is. Op dat moment worden de hoger beschreven symptomen duidelijk. We zien het meestal bij oudere dieren. De nieren zijn vaak klein en hard, zgn. “schrompelnieren”. Acuut nierfalen treedt erg plots op. Dit kan bij dieren die al chronische nierpatiënt waren, maar ook bij gezonde dieren bij bv. intoxicatie, nierontsteking, ziekte van Weil of bij katers met een verstopping van de plasbuis. In dit geval zijn de nieren soms groot, hard en pijnlijk.

Diagnose

Vaak zal de dierenarts al een vermoeden hebben o.b.v. het verhaal van de eigenaar, het klinisch onderzoek en eventueel een urineonderzoekje. Dit laatste zal een waterige urine aantonen. Soms vind je ook eiwitten of zelfs rode bloedcellen terug in de urine. Bij gezonde dieren mogen deze stoffen niet voorkomen in de urine. Bij (ernstig) nierfalen, kan dit wel het geval zijn. De diagnose van nierfalen kan echter pas worden bevestigd door een bloedonderzoek. Uit het bloedonderzoek zal blijken dat o.a. het ureum sterk is gestegen. Verder kan een echo van de nieren zinvol zijn om te kijken hoe ze er uit zien. O.a. cysten en tumoren kunnen zo opgespoord worden.

Behandeling

De behandeling bestaat uit 2 onderdelen. Vooreerst moeten we ervoor zorgen dat de gifstoffen zo snel mogelijk uit het bloed verwijderd worden. Dit doen we door de nierpatiënt infuusvloeistof toe te dienen zodat het bloed enigszins verdund wordt en het dier gemotiveerd wordt om veel te plassen. Op die manier zullen het ureum en creatinine beter uitgescheiden worden. Daarnaast geven we medicatie en een speciaal nierdieet om de functie van de nieren te ondersteunen. Een nierdieet bevat minder eiwitten dan normaal voer en het eiwit wat er in zit is juist van hoge kwaliteit, zodat er minder afvalstoffen (ureum) gevormd worden. Helaas kunnen we het aangetaste weefsel niet genezen. Wel kunnen we trachten om het gezonde deel zo goed mogelijk te laten functioneren. Verder zullen we de dieren symptomatisch behandelen bv. met een antibraakmiddel, extra vitamines, een spierversterkend middel,… Op deze manier proberen we de dieren terug aan het eten te krijgen en te laten opknappen. Na 4dagen controleren we de nierwaarden opnieuw en kijken we of de therapie aangeslagen heeft.

Indien de patiënt goed gereageerd heeft op deze eerste fase in de behandeling, kan hij/zij naar huis met de vervolgbehandeling. Dit betekent een levenslang dieet en behandeling met medicatie om de nierfunctie te bevorderen.

Prognose

De prognose hangt af van de oorzaak van het nierfalen. Wanneer er sprake is van acuut niefalen en de oorzaak kan behandeld worden, dan is de prognose vaak gunstig. Wanneer de oorzaak niet te behandelen is of wanneer er sprake is van schrompelnieren dan is er geen genezing mogelijk en is de prognose minder gunstig. Het doel van de behandeling is dan om de klachten van nierfalen zo goed mogelijk te verminderen en de progressie van het nierfalen zo goed mogelijk af te remmen.