Schimmelinfectie

Huidproblemen komen zeer regelmatig voor bij de hond, kat en knaagdieren. Er zijn allerlei oorzaken hiervoor aan te wijzen, zoals bijvoorbeeld allergieën en schurft. Ook bepaalde schimmelsoorten kunnen aanleiding geven tot huidinfecties. In ons land zijn de dermatofytosen, microsporie en trichofytrie veruit de belangrijkste.

Op zich zal een dier normaal gezien niet echt onder zo’n infectie lijden. Ze eten nog goed en maken geen zieke indruk. Meestal hebben ze ook geen last van jeuk. Toch is het belangrijk om een schimmelinfectie te herkennen en te behandelen. Zowel voor het dier zelf natuurlijk, maar ook omdat het besmettelijk is voor de mens. Zeker kinderen die vaak met hun dieren knuffelen lopen een verhoogd risico op infectie.

Hoe herkent u nu een schimmelinfectie bij uw huisdier?

Het klassieke beeld is dat er op sommige plekken van het lichaam haaruitval optreedt waarbij de onderliggende huid rood en schilferig is. Deze plekken hebben een ronde vorm en breiden zich steeds verder uit. Vaak is na verloop van tijd weer nieuwe haargroei te zien in het centrum van het letsel. De eerste letsels beginnen meestal op de kop en de poten.

Helaas is dit beeld lang niet altijd zo duidelijk, waardoor we het niet met zekerheid kunnen uitsluiten bij wat minder duidelijke gevallen. Daarom is een goede diagnosestelling belangrijk. Dit gebeurt in onze praktijk op twee manieren. Eerst wordt met een Woodse-lamp de letsels beschenen. Dit gebeurt in een donkere kamer. De meeste van de eerder genoemde schimmelsoorten fluoresceren geelgroen onder dit licht, waardoor een waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld kan worden. De overige, die echter niet fluoresceren worden op deze manier gemist. Bovendien komen er ook vals positieve reacties voor. Vandaar dat deze test meestal gevolgd wordt door een schimmelkweek. Aangetaste haren en schilfers worden hierbij in contact gebracht met een bepaalde voedingsbodem die van kleur verandert bij positieve uitslag.

Als uw huisdier besmet is met een schimmel, dan vraagt dit om een intensieve behandeling.

Als eerste is het belangrijk de besmette dieren te isoleren om verdere besmettingen te voorkomen.

Om de groei van de schimmel zo veel mogelijk te beperken, wordt bij ernstige besmettingen de patiënt kaalgeschoren. Schimmel groeit namelijk op de haren en vormt van hieruit de sporen.

Vervolgens wordt het dier langdurig behandeld met medicijnen. De tabletten kunnen het beste met wat vet eten worden gegeven; dit bevorderd de opname van het medicijn in de darmen.

Naast de medicijnen worden de dieren ook gewassen met een schimmeldodend middel. Twee keer per week wordt het gehele dier gewassen.

Als laatste is het belangrijk om de schimmel ook uit de omgeving weg te krijgen. Dit betekent dat de isolatieruimte grondig gereinigd en gedesinfecteerd moet worden. Vergeet hierbij niet de manden, kleedjes, speeltje, drinkbakken, etc. Vergeet ook niet de stofzakken van de stofzuiger te verwisselen.

Na zes weken volgt de eerste controle bij de dierenarts. Er wordt opnieuw een schimmelkweek ingezet. Het kan tien dagen tot drie weken duren voordat de uitslag bekend is. De behandeling mag pas stopgezet worden als de kweek negatief is.

Cavia met jeuk

Samen met konijnen, ratjes en hamsters worden cavia’s steeds vaker als huisdier gehouden. Ze zijn gemakkelijk te huisvesten, vragen geen erg intensieve verzorging en hebben een hoge knuffel- en aaibaarheidsfactor. Hierdoor komen er ook steeds meer cavia’s bij de dierenarts terecht. Naast de bekende tand- en spijsverteringsproblemen, is ook jeuk een vaak voorkomende klacht.

Net zoals honden en katten kunnen ook cavia’s allerlei parasieten of schimmels krijgen. Vaak brengen ze dit al mee vanuit de dierenspeciaalzaak. Ook stress en overpopulatie werken deze problemen in de hand. Af en toe ligt de oorzaak bij een nieuwe baal hooi of stro waarin enkele mijten of schimmels wisten te overleven.

In alle gevallen valt het de eigenaar op dat zijn nieuwe huisdier plots kaal wordt en zich voortdurend krabt, soms zelfs tot bloedens toe. Hierdoor krijgt hij kale plekken en korsten. Bovendien kunnen deze wonden ook nog eens geïnfecteerd geraken. Afhankelijk van de locatie van de letsels kan de dierenarts zich vaak al een idee vormen over welk probleem het gaat. Zo komen schimmels vaak eerst aan het snoetje voor, terwijl de parasieten eerder achteraan zitten.

Een definitieve diagnose kan pas gesteld worden door verder onderzoek. Hiervoor zal de dierenarts een afkrabseltje maken of enkele haren plukken. Mijten, luizen en vlooien (of hun eitjes) worden zo vaak zichtbaar onder de microscoop. Indien er aan schimmel gedacht wordt, zal er een cultuurtje ingezet worden.

Parasitaire infecties zijn gelukkig vrij eenvoudig te behandelen! Hiervoor geven wij een injectie met een parasieten-dodend middel. Deze injectie wordt na 10 dagen nog eens herhaald. Indien uw cavia schimmel heeft, zal u hem moeten gaan wassen met een speciale shampoo.

In alle gevallen is het erg belangrijk dat u alle aangetaste diertjes behandeld en dat ook de kooi goed ontsmet wordt om herbesmetting te vermijden. Vaak zal de dierenarts vragen om even op controle te komen om zeker te zijn dat het probleem opgelost is.

Belangrijk om weten, is dat sommige van deze problemen “zoönosen” zijn; dit betekent dat zij ook bij de mens problemen kunnen veroorzaken. De belangrijkste hierbij zijn de schimmels die bij ons tot de zogenaamde ‘katharinawielen” leiden. Ook Trixacarus caviae (een bepaalde mijtsoort) kan tijdelijk bij de mens bijten met jeuk en rode puntjes tot gevolg.

Jeuk is vooral een vervelend probleem wat tot erge letsels kan leiden indien er niets aan gedaan wordt. Wanneer u er echter snel bij bent en de cavia goed behandeld kan worden, zullen de problemen vrij snel opgelost zijn zodat u weer lekker met uw huisdiertje kan knuffelen.