Anorexie knaagdieren en konijnen

Het knaagdier dat niet wil niet eten

Als een knaagdier niet wil eten, anorexie genoemd, dan is dat een reden om meteen naar de dierenarts te gaan. Knaagdieren eten normaal gesproken de hele dag door. Op het moment dat ze stoppen met eten, komt er geen nieuw voedsel in de darmen. Hierdoor gaan de darmen na een bepaalde tijd stil liggen. Er ontstaat een energie tekort, uitdroging en bacteriën in de darm kunnen zich vermenigvuldigen en dit zal lijden tot het overlijden van het dier binnen 1 tot 3 dagen.

Er zijn veel redenen waarom een konijn of knaagdieren niet wil eten. Enkele belangrijke oorzaken zijn:

    • gebitsproblemen
    • verstopping in de darm
    • algeheel ziek zijn

De tanden en kiezen van knaagdieren groeien heel het leven door. Door middel van kauwbewegingen zorgen de dieren zelf dat de tanden kort blijven. Problemen ontstaan echter wanneer er afwijkingen van de stand van de tanden en kiezen zijn. Hierdoor groeien zij door tot abnormale lengtes of ontstaan er scherpe punten. Voorbeeld hiervan zijn olifanttanden, dit zijn extreem lange voortanden bij een konijn of cavia. Doorgroeiende tanden en kiezen kunnen wondjes veroorzaken in de mond of moeilijkheden met het eten met zich meebrengen. Wanneer een knaagdier last heeft van zijn gebit kunnen de volgende symptomen waargenomen worden: voer in de bek nemen maar direct weer laten vallen, veel speekselen en niet willen eten of drinken. De dierenarts zal een uitgebreid gebitsonderzoek uitvoeren en als nodig de tanden en kiezen knippen. Daarnaast zal er vaak pijnmedicatie gegeven worden aan het dier.

Het stoppen van eten kan ook een teken zijn dat het maag-darmstelsel niet meer werkt zo als het hoort te werken. Een knaagdier kan niet braken en wanneer er een verstopping ontstaat in de darmen zullen veel dieren geen voer meer willen innemen. Dit komt door de buikpijn en de misselijkheid die het dier ervaart. Een verstopping wordt voornamelijk veroorzaakt door haarballen die zich bevinden in de darmen of ander niet-verteerbaar materiaal. Ook kan een verstopping tot stand worden gebracht wanneer er voer in de darmen zit en de darmen werken harder dan normaal. Al het vocht trekt uit het verteerde voer en een harde prop blijft over. Het dier stopt met eten en ook wordt er geen ontlasting meer gezien. De dierenarts zal bij het palperen in de buik een massa voelen, ook een röntgenfoto van de buik kan gemaakt worden. De behandeling bestaat uit het zo snel mogelijk weg krijgen van de verstopping door het dier te laxeren.

Algemeen ziek zijn kan leiden tot een verminderde eetlust. Vele ziektes kunnen hiervan de oorzaak zijn, van infectieuze ziektes van het ademhalingsstelsel tot een blaasontsteking. Knaagdieren kunnen immers net als honden en katten ook inwendige ziektes krijgen. De dierenarts kan hiernaar verschillende onderzoeken doen, zoals een bloedonderzoek, urineonderzoek, echografie van de buik of een röntgenfoto maken van de borstkast.

Naast het behandelen van de oorzaak van het niet willen eten van het dier, moet er ook voor gezorgd worden dat het knaagdier weer gaat eten. Dit gebeurt door middel van dwangvoeren. Met als voornaamste doelen: het vochtbalans weer te normaliseren, het maagdarmstelsel weer te activeren en energie binnen te krijgen. Dwangvoeren moet minimaal 4 x per dag gebeuren. Dit is erg belangrijk, omdat gezonde knaagdieren ook elke paar uur eten en het maagdarmstelsel moet heel de dag actief zijn. Daarnaast krijgt het dier medicatie om de maaglediging te stimuleren en de darmbewegingen tot gang te brengen. Het dwangvoer dat wij adviseren is Critical Care®, dit is gedroogd hooi dat in kleine stukjes is gesneden en waarvan een papje gemaakt kan worden als er water bij gedaan wordt. Ook kunnen wortelhapjes voor baby’s gegeven worden aan de knaagdieren. Deze zorg wordt het liefst thuis gegeven, maar kan ook door de dierenarts gedaan worden. Hiervoor wordt het dier opgenomen in de kliniek. Het voordeel hiervan is dat het knaagdier nauw in de gaten gehouden wordt, maar het kan ook erge stress met zich mee brengen. Erge stress kan lijden tot abnormaal gedrag bij het knaagdier en zelfs tot het niet willen eten, wat we juist willen voorkomen. Daarom geven wij de voorkeur als het dier thuis wordt verzorgt, zeker wanneer de conditie dit toelaat.

Tandsteen

Als een hond of kat uit de bek ruikt kan dit komen door een aantal verschillende oorzaken. Soms kan er tussen de tanden of kiezen voedsel zitten of zelfs stukjes hout en bot. Dit kan voor een ontsteking op die plek zorgen waardoor er een vervelende geur ontstaat. Sommige dieren, vooral honden, zijn dol op het eten van bedorven of rottende zaken. De ademgeur wordt hier natuurlijk niet beter door. Verder kunnen dieren, net als mensen, last hebben van tandplak en tandsteen.

Gebitsaandoeningen, ook wel parodontale aandoeningen genoemd, komen voor bij ruim 80 procent van de honden en katten ouder dan twee jaar. Bij kleine hondenrassen zijn gebitsproblemen zelfs het meest voorkomende gezondheidsprobleem. Het begint met de vorming van tandplak. Zonder tijdig ingrijpen leidt het vaak tot ernstige schade en pijn.

Beginnend probleem

Tandplak is een laag die zich vormt op de tanden. Het bestaat onder andere uit water, voedingsresten, mineralen uit speeksel en bacteriën. Tandplak vormt zich daar waar de reiniging niet voldoende is, vooral langs het tandvlees. Plak is niet duidelijk zichtbaar. Zonder behandeling gaat het plak vaster zitten en gaat het over in tandsteen. Dit is te herkennen aan gele of bruine vlekken bovenaan de tanden.

Ontstaan van ontsteking

Tandsteen zorgt vaak voor ontsteking van het tandvlees. Dit leidt tot meer ruimte tussen tandvlees en tand of kies, zogenaamde pockets. Dat is een plek waar bacteriën graag groeien en de infectie zich steeds verder uitbreidt. Deze ontsteking, parodontitis, leidt uiteindelijk tot weefsel- en botafbraak. Tandvlees trekt zich terug van de tanden, waardoor de wortels bloot komen te liggen. Uiteindelijk verliezen tanden en kiezen zoveel stevigheid in de kaak dat ze los gaan zitten. Daarnaast veroorzaakt parodontitis, bij te late behandeling, symptomen zoals pijn, stank uit de bek, moeite met eten, bloeding en pusvorming. De schade aan het gebit die erdoor ontstaat is onherstelbaar.

TandheelkundeTandsteen verwijderen

Om verergering te voorkomen, moet dit tandsteen verwijderd worden. Dit gebeurt onder narcose, omdat het apparaat waarmee tandsteen verwijderd wordt een onprettig geluid maakt. Na het verwijderen van het tandsteen worden de tanden gepolijst. Met een speciaal borsteltje wordt een laagje aangebracht, waardoor de tanden gladder worden en tandplak niet zo gemakkelijk op de tanden blijft zitten. De behandeling gebeurt tijdens een dagopname.

Gebitsaandoeningen voorkomen

Voorkomen is altijd beter dan genezen. Een jaarlijkse controle van het gebit is dan ook erg belangrijk. Daarnaast kunt u zelf meehelpen aan een goede verzorging van het gebit. Hoe? Door goede voeding en regelmatig poetsen. U kunt bij uw huisdier heel goed de tanden poetsen. Probeer eerst met een vinger en gaasje de tanden te masseren. Lukt dit, dan overgaan van tandenpoetsgaasje naar tandenborstel. Gaat dat goed dan kunt u bij ons een speciale tandpasta kopen die veilig is voor uw huisdier. Voor het poetsen geldt: jong geleerd is oud gedaan. Is er geen sprake van ernstige tandvleesontsteking dan is 2x per week poetsen voldoende, anders 1x per dag. Naast tandenpoetsen is het gebruik van speciale anti tandsteen brokken gewenst. Onze assistentes kunnen u hierover uitgebreid informeren.

Tandheelkunde bij dieren

Onze huisdieren genieten een steeds betere verzorging en daar hoort uiteraard ook het gebit bij. Een goed gebit zorgt voor de noodzakelijke verkleining van het voedsel, met als gevolg een betere vertering. Daarentegen zal een slecht gebit tot ontstekingen in de bek leiden, gepaard gaande met pijn. Vooral bij kleinere dieren zal een chronische tandvleesontsteking hartkwalen geven. Immers, de bacteriën uit de bek kunnen zich gaan nestelen op de hartkleppen.

TandheelkundeDe meest voorkomende tandheelkundige problemen zijn:

1. Melktanden blijven aanwezig ondanks doorbreken van blijvend gebit. Dit heeft tot gevolg dat blijvende tanden niet op de juiste plaats komen te staan en voerresten tussen de tanden aanwezig blijft. Vooral bij kleine hondenrassen komt dit veelvuldig voor. Met controle van het gebit bij 3, 4 en 5 maanden kan tijdig ingegrepen worden. Speciale instrumenten zijn nodig voor het vakkundig verwijderen van de lange wortels.

2. Tandsteenvorming zien we vooral bij dieren gevoed met zacht voer, dus katten en kleine honden. Meestal zal het tandsteen zorgen voor een tandvleesontsteking. Bestaat dit langdurig, dan zal het tandsteen zich terugtrekken en komen de tand-/kieswortel bloot te liggen. Weldra is sprake van loszittende tanden, die gaan uitvallen. Goede voeding, tijdige verwijdering van tandsteen is het devies. Voor het zorgvuldig verwijderen van tandsteen is een kortdurende narcose noodzakelijk. Voorafgaand bloedonderzoek beperkt het narcoserisico. Speciale antitandsteenbrokken en tandenpoetsen voorkomt snel recidief.

3. Afgebroken tanden. Komt voor na ongelukken. Afhankelijk van de ernst wordt wortelkanaalbehandeling toegepast.

4. Gaatjes in de kiezen. Zien we bij huisdieren die veel ‘snoepen’. Net als bij mensen wordt er dan geboord en het gaatje gevuld.

5. Bij knaagdieren zien we doorgroeiende voortanden en haken op de kiezen. Meestal is verkeerde voeding de oorzaak.Tanden en kiezen zullen regelmatig geslepen moeten worden. In ernstige gevallen worden de voortanden getrokken.

Dierenkliniek Maaspoort beschikt over uitgebreide tandheelkundige apparatuur en wordt in moeilijke gevallen bijgestaan door een tandarts voor menselijke patiënten.